Hoofdpunten Rapport Terug naar de Toekomst

Hoofdpunten Rapport Terug naar de Toekomst

Naar een duurzame financiële sector

Duurzaamheid is op het eerste oog een veel besproken onderwerp in de Nederlandse financiële sector. Op een enkeling na publiceren alle banken en verzekeringsmaatschappijen jaarlijks een duurzaamheids- of maatschappelijk verslag (zie de literatuurlijst). De verschillende soorten spelers hebben allemaal hun eigen aanpak, producten en initiatieven en wie wat verder kijkt ziet dat er bij elkaar genomen veel gebeurt. En toch zijn de inspanningen versnipperd en lijken ze elkaar nauwelijks te versterken. Die versnippering geldt niet alleen voor de sector als geheel maar is ook binnen organisaties zichtbaar. Van een integrale of strategische aanpak is geen sprake. Intussen groeit de kritiek uit samenleving en politiek, met de Occupy-beweging als jongste loot aan de stam. Financiële sector, de reële economie en de samenleving lijken gescheiden werelden en kennelijk niet in staat om elkaar in een dialoog te bereiken.

Al enige tijd drong zich bij ons de vraag op of het herstel van de toekomstbestendigheid van de financiële sector niet juist zou moeten plaatsvinden door de behoefte van de samenleving aan duurzame ontwikkeling centraal te stellen. In hoeverre laat de sector zich eigenlijk iets gelegen liggen aan het thema duurzaamheid? Zijn er betekenisvolle ontwikkelingen in die richting en zo ja, wie dragen die dan? Wat is de stand van zaken in de duurzaamheidsdialoog in de financiële sector?

Voor ons onderzoek stelden we daarom de vraag: is er binnen de financiële sector (in ruime betekenis) sprake van een actueel discours over het thema duurzaamheid, in het bijzonder de bijdrage die de financiële sector kan leveren aan een duurzamere samenleving? Zo ja, hoe wordt dit gesprek gevoerd? Wat is de scope en diepgang?

Conclusie

De conclusie is dat het discours over duurzaamheid in de financiële sector en over de rol van de financiële sector in de duurzame ontwikkeling van de samenleving traag verloopt en bijna tot stilstand is gekomen, terwijl het voor de financiële crisis van 2009 momentum leek te hebben gevat. Bovendien is die dialoog nauwelijks breed gevoerd en diep geworteld te noemen, eerder versnipperd en ad hoc.

De pensioenfondsen en hun vermogensbeheerders hebben er een. Die krijgt steeds weer een nieuwe impuls als bijvoorbeeld een actualiteitenprogramma beleggingen in bedrijven die gebruik maken van kinderarbeid of wapenfabrikanten ontdekt.

De banken hebben allemaal hun eigen producten, diensten en thema's. De een richt zich op het klimaat en elektrische rijden, de ander richt zich op sociale cohesie en hernieuwbare energie. De volgende op de landbouw en microkrediet en soms doen de banken ook nog wel eens wat samen,  bijvoorbeeld als ze zorgen hebben over de Nederlandse huizenmarkt.

Verzekeringsmaatschappijen voeren nog nauwelijks een discours over duurzaamheid. Klimaatverandering en de kosten daarvan voor de herverzekeraars is een thema, maar het gesprek daarover wordt niet breed of in de openbaarheid gevoerd.

Kortom de scope van het discours is beperkt en diepgang is er nauwelijks.  De mensen die in 2009 gehoopt hadden dat de financiële crisis zou leiden tot een andere manier van bankieren en beleggen zijn er bekaaid van afgekomen.  Uit ons onderzoek blijkt dat dat komt doordat de financiële sector in tegenstelling tot de bedrijven die actief zijn in de reële economie en te maken hebben met schaarste op het gebied van landbouw, grondstoffen en andere moeilijke markten,  nauwelijks de duurzame urgentie voelt.  Om een van de geïnterviewden te citeren: "Banken verdienen altijd wel hun geld, of de grondstoffen nu schaars zijn of niet."

De tweede vraag die we ons stelden is: welke partijen in de sector nemen actief deel aan het discours over duurzaamheid? Welke partijen buiten de sector zijn – al dan niet actief – betrokken? Op basis van het onderzoek presenteren wij een analyse van deze netwerken.

De conclusie hier is dat er veel gedebatteerd en gepraat wordt, maar nogal vaak langs elkaar heen en gefragmenteerd. Op het sociaal medium Linkedin zijn veel verschillende groepen voor de financiële sector en/of duurzaamheid of ESG, zoals in het financiële jargon de aandacht voor duurzaam heet. ESG staat voor environmental, social en governance en de mensen die zich er mee bezig houden kijken naar de prestaties die (meestal beursgenoteerde) bedrijven of ondernemingen die in handen zijn van private equity, op dat terrein boeken. Private equity en bijzondere beleggingsfondsen zijn actief in investeringen of beleggingen in de hernieuwbare energie. Vanwege het "harde" karakter ervan wordt het niet als een morele valkuil voor bankiers gezien, wat mensenrechten en arbeidsomstandigheden wel zouden kunnen zijn.

Naast de virtuele plaatsen zijn er ook vele fysieke plaatsen waar mensen uit alle geledingen van de financiële sector elkaar kunnen treffen rond duurzame thema's. Uit ons onlineonderzoek bleek dat die bijeenkomsten vaak nog door dezelfde "parochie" wordt bezocht. Ofwel de mensen die zich bij de financiële instellingen al bezig houden met duurzaamheid, treffen elkaar op de congressen over duurzaamheid en financiën. Er is nog weinig verbinding tussen de traditionele financiële mensen en de duurzame financiële mensen. Sommige partijen werken daar wel aan. En bij een paar, ASN en Triodos, is het vanzelfsprekend dat er integratie is.

Als laatste vraag wierpen we op: welk strategisch belang zien partijen in het thema duurzaamheid, zowel voor henzelf als voor de sector als geheel? In hoeverre worden partijen aangesproken op hun duurzaamheidinspanningen door externe stakeholders?

Voor de financiële sector blijkt duurzaamheid nu vooral gericht te zijn op het herstel van vertrouwen bij de klanten, de politiek en de samenleving als geheel. De huidige zware financiële crisis wordt bepaald door de volatiliteit op de financiële markten en de mate van doortastendheid van regeringsleiders, of het nu gaat om een land, een munt of een staatsschuld. Maar dat het nog lang kan duren voordat het vertrouwen terug is, blijkt wel aan de opkomst van de vele varianten van Occupy...Wall Street, City of London, Beursplein, et cetera.

Deze Occupy-beweging levert veel discussie op over de manier waarop we naar geld kijken, er  mee omgaan en de grote inkomensverschillen die er zijn tussen mensen die aan de top of op een handelsfunctie van de financiële instellingen zitten. Er worden vragen gesteld over het feit dat er zoveel verdiend wordt in de financiële sector zonder dat daar een reële economische waarde aan verbonden is.

Aan de kredietkant worden nog steeds weinig duurzaamheidscriteria aangelegd. Van Lanschot Bankiers heeft een MVO-kredietbeleid en is daar transparant over. ASN Bank en Triodos maken zowel aan de kredietverleningskant als aan de beleggingskant een strategische keuze voor duurzaamheid, maar sommige gesprekspartners vinden dat deze twee duurzaamheidskampioenen ook wel wat meer hun nek uit mogen steken om uit hun niche te komen en echt het voortouw te nemen.

Kortom: strategisch wordt duurzaamheid wel erkend, maar is het niet bemind, laat staan dat het uitgewerkt is in toekomstscenario's of lange termijn strategieën van financiële instellingen. Producten, diensten en andere keuzen op duurzaamheidsgebied worden opportunistisch en ad hoc gemaakt.

Aanbevelingen

Wij denken dat de financiële sector zichzelf strategisch enorm te kort doet door niet met duurzame thema's aan de slag te gaan en onvoldoende serieus gesprek te voeren met wat de samenleving, hun klanten eigenlijk willen. Want een ding is zeker: het monomaan nastreven van financieel rendement in de afgelopen twintig jaar heeft ons niet die welvaart en dat geluk op de lange termijn gebracht waar we op hoopten. Sommige mensen zijn er uitzonderlijk goed uitgesprongen in financiële zin, maar de huidige werkende generatie en hun kinderen kijken tegen een enorme berg schulden aan en zullen het moeten doen met minder inkomensgroei en pensioen dan voor deze crises. Als het najagen van het grote geld niet werkt, zullen we ons geluk en welvaart ergens anders moeten zoeken en naast een financiële crisis kijken we ook aan tegen een klimaatcrisis, voedselcrisis, energiecrisis en een fundamentele vertrouwenscrisis in relatie tot onze instituties.

Om dan toch voorzichtig in de financiële sector te beginnen met veranderen doen wij de volgende aanbevelingen:

  1. Maak het strategische belang van duurzame ontwikkeling voelbaar
    Dat moet bottom-up up gedaan worden én top down. Zonder de steun en bezieling van de nog voornamelijk mannen aan het hoofd van de financiële organisaties, lukt het die jonge gepassioneerde nieuwe medewerkers niet om op de werkvloer het pleit voor meer aandacht voor niet-financiële kansen te winnen.
  2. Werk aan vernieuwing van de competenties van de financiële professional
    Twintig jaar alleen streven naar financieel rendement met een klein oog voor andere zaken laat ook zijn sporen na in het personeelsbestand. De medewerkers in de financiële sector zullen meer kennis en ervaring op moeten doen met duurzame beslissingen om te kunnen uitrekenen of bepaalde financiële producten en diensten werkelijk duurzaam zijn en voorzien in de behoefte van de klant en de samenleving. De nutsfunctie van de bank moet weer gevoeld worden.
  3. Schep een permanente verbinding tussen de samenleving en de sector.
    De financiële sector moet uit zijn grote torens afdalen en in contact komen met de buitenwereld. Een gebrek aan contact met buiten staat vernieuwing en innovatie in de weg. Er zijn zoveel plekken en gelegenheden nu al gecreëerd om elkaar te ontmoeten, maar de versnippering moet worden tegengegaan. Er zal een verzamelpunt moeten komen om alle initiatieven voor verbinding bij elkaar te brengen.
  4. Geeft ruimte aan vernieuwende initiatieven binnen de sector.
    Ook hier speelt steun van de top en met name het middenmanagement een essentiële rol. Innovatie is besmet geraakt door de afgeleide financiële producten. Zolang de nieuwe producten en diensten en initiatieven het verband met de reële economie niet verliezen, kan een innovatie tot voordeel van de samenleving leiden.

Kortom: mobiliseer, bundel en maak tastbaar

Er zit een enorme potentie bij mensen in de financiële sector en ze zouden daar nog meer van kunnen maken als ze wisten dat er andere mensen bij andere partijen ook hun best doen om meer mee te laten wegen dan alleen maar geld. Koning Midas kon ook alles in goud veranderen, maar hij ging uiteindelijk dood van de honger. Samenwerking, samen optrekken bij belangrijke thema's en uitwisseling van kennis en ideeën kan de financiële sector helpen meer strategische keuzen te maken die de duurzame welvaart van de huidige en toekomstige generaties mogelijk maken.

De verandering die wij zien, de potentie die wij hebben ervaren in onze gesprekken en nu willen ontsluiten draait om het handelen van individuele personen in de financiële wereld. Niet regels en toezicht veranderen de sector, maar gedrag.  Wij pleiten voor het mobiliseren van diepgevoelde intenties, voor gedragsgerichte interventies.

Wij pleiten voor initiatieven waar mensen die werkzaam zijn als financieel professional, op welk niveau dan ook, uitgenodigd worden om te reflecteren op hun gedrag, individueel en collectief. En waar zij vervolgens samen met niet-financiële professionals en anderen uit de samenleving het initiatief kunnen nemen tot duurzame innovaties.

Daarvoor is een herkenbaar platform nodig, waar veranderingsgezinde mensen elkaar ontmoeten, waar de interactie met maatschappelijke organisaties en klanten concreet wordt, waar een veilige omgeving wordt gecreëerd voor reflectie en verdieping, waar gestructureerd kan worden (samen)gewerkt aan competentieontwikkeling, en waar duurzame innovaties voor de sector in een werkplaats kunnen worden uitgeprobeerd.

Hoofdpunten Rapport Terug naar de Toekomst